terug naar start  

Dag 2 damascus

 

14.30...mijn siësta lijkt gedaan dus maar even mijn dagboek updaten tot Hetty wakker wordt. Vanochtend om plusminus 7.46 uur zijn we opgestaan, om 8.32 uur ontbijt en vervolgens uitleg van Simone over enkele zaken waar je op moet letten; drinken, ijsblokjes, warmte, water, zout..... etc. toch wel gesneden koek voor ex-Egypte/Turkije-gang(st)ers, maar geen garantie dat je niet ziek zult worden. Een oproep of nog iemand een reservetoestel bij zich had liep op niets uit, maar wel een paar aanbiedingen gekregen dat we later foto’s kunnen bijbestellen of zelfs soms van een fototoestel gebruik kunnen maken. Alzo op naar de oude stad met de Suq, de Ommayadenmoskee en het Azempaleis. De wandeling naar het oude centrum was kort, maar Damascus overvalt je. De geur de drukte, het kabaal. Dit is weer wennen, overal spreken mensen je aan of je geld wilt wisselen, iets wilt kopen, of mee naar hun mooie winkel wilt komen. Een enthousiaste verkoper van bedoeïenenkoffie liet me wat proeven, schonk nog voor ik wat kon zeggen weer bij en eiste 1 dollar voor dit minuscule kopje van plusminus 20 cc. De koffie smaakte, maar zijn wijze van handeldrijven was me toch te “gries aaf”. Ik dronk zijn koffie op weigerde te betalen en liep verder de groep achterna. “Zoiets kan alleen in het Midden-Oosten”, zal de handelaar gedacht hebben en bleef verbouwereerd achter.

Tussen overvolle wegen baanden we ons een weg naar de suq (zeg maar soek). Om te overleven in de verkeersdrukte van deze stad geldt het motto: ‘do as the Damaskeners do’. Verzamel je met een groepje mensen aan de rand van de weg, kijk tot je een gaatje van plm. 10 cm. tussen 2 auto’s ziet en stort je met zo’n 20 mensen ertussen. Met een beetje geluk blijft men staan en kun je doorlopen (of zoals Jan het pleegde te zeggen: “ dan kunnen de ruitenwissers het niet aan”). Op deze wijze bereikten we de ingang van de oude stad, de suq al hammadiyhe. Door deze winkelstraat, overdekt in 1910 en dus zijn tijd ver vooruit, bereikten we de Ommayadenmoskee. Na de moskeeën van Mekka, Medina en Jeruzalem is dit de vierde heilige plaats van de Islam. Op deze heilige plaats deden we onze schoenen uit, hulden de dames zich in bedekkende gewaden, kochten we kaarten en mochten we de gebedsruimten binnengaan. Met name de grote gebedsruimte met het hoofd van Johannes de Doper ingeblikt in een sarcofaag was indrukwekkend. Tevreden en onder de indruk van prachtige mozaïeken, het marmer enz. stonden we op het punt om naar de uitgang te gaan toen we hoorden dat Jan zijn schoenen gestolen waren. Dit was ongehoord. Niemand heeft dit ooit meegemaakt (dachten we toen nog). Als troost mocht hij een oud paar versleten sloffen meenemen dat er al een paar eeuwen stond en vermoedelijk niet meer opgehaald werd.

 Na de moskee werd het tijd voor het paleis. Maar eerst onszelf toch maar verzekeren van enig fotomateriaal. Dus een kodak-wergwerpgeval gekocht (‘but first develop and then throw away’; aldus de verkoper) en dan op naar het Azempaleis, via de ‘suq el Bazouriye’, volgens onze reisgids geurend naar koffie kruiden en olijfzeep. Nou het geurde naar van alles behalve koffie en olijfzeep. Bij het paleis regelde Hetty de entreebiljetten en konden we naar binnen. Het Azempalace was de woning van de vroegere Turkse gouverneur van Damascus, dus nog van voor W.O. I. En we mogen wel stellen een uiterst aangename woning, die tegenwoordig dienst doet als een museum voor land en volkenkunde of zoiets. Het is trouwens geen paleis zoals wij dat kennen, maar meer een ruime villa met een aantal te onderscheiden gebouwen/ruimtes die nu thematisch zijn ingericht. Zo zien we o.a. : de smid/koperslager, de bedevaart, de glasblazer, het café, het inzouten van de bruid en ‘last but not least’ de hammam (badhuis). Vervolgens gingen we naar de via recta (= rechte straat) waar we niet zijn aangekomen aangezien honger en vermoeidheid ons deden omkeren. We kochten brood op straat en hadden nog drank om te nuttigen, hetgeen we deden in de schaduw van de Ommayaden moskee.

De siësta brachten we door in het hotel. Alhier brachten we een bezoek aan het winkeltje van papa Abdoellah. Deze kon je bereiken door een gangetje in te gaan vanuit de lobby van ons hotel. Papa is een rondbuikige vriendelijke handelaar die prullaria weggeeft aan nietsvermoedende Hollanders die vervolgens uitnodigt in z’n winkeltje en kostbare souvenirs verkoopt. Via hem hoorden we dat er tegenwoordig een schoenendievenmaffia actief was in Damascus. Afgelopen zaterdag was hij ook bestolen terwijl hij de moskee had bezocht. Hij vond het een grof schandaal, maar wat doe je er aan. Al pratende had hij Hetty oorbellen laten passen en wilde hij ook nog een halsketting kwijt. Echter Hetty draagt zelden of nooit halskettingen en dat vertel je dan. ‘No problem joe teek te neklas end waer it. End after joe get bek from trip troe Syria joe gif me the monnie or the neklas bek. Is no problem Ai trust joe’ Hier trapten we maar niet in.

De avond begonnen we met een wandeling door een volkswijk langs de citadel naar een restaurant waar een maaltijd vol met Syrische specialiteiten (die je in de hele Arabische wereld in een of andere vorm krijgt) zoals kebab, fallafel, humus, friet, salades etc. kortom het was een smakelijke maaltijd dat werd afgesloten met een lokaal toetje; pantsersinaasappelen ‘a la Assad’. Bij het verlaten van het restaurant kregen we nog Bedoeïenenkoffie geserveerd. We liepen terug langs de citadel om vervolgens langs het strandbeeld van Saladin, richting station te draaien. Op het oude station van Damascus staan nog ‘n paar wagons van de Oriënt-express. Deze zijn nu omgetoverd tot café/restaurant met het perron als terras. Hier word het smakelijke Barada (genoemd naar de Geleenbeek van Damascus) bier geschonken.  

Vorige       Dag 3

terug naar start